Als partners hebben besloten te scheiden, of de ene partner heeft de ander verteld dat hij wil scheiden, begint een verwarrende periode. Je wil dan natuurlijk uit elkaar, maar het kost tijd om dat praktisch te regelen. In de tussentijd gaat het leven door, en moeten jij en je partner toch ergens wonen. Het is vaak moeilijk om onder één dak te blijven wonen. Maar wat als je het niet eens kunnen worden wie de woning verlaat, al is het maar tijdelijk? Of als jullie alvast gescheiden zijn gaan wonen maar de een niet wil betalen voor de kosten van de ander om in zijn levensonderhoud te voorzien?
In deze gevallen kan men de rechtbank vragen een zogeheten voorlopige voorziening te treffen. Daarvoor moet men naar een advocaat.
De advocaat zal eerst grondig bespreken of de twee scheidende partners niet toch een praktische regeling kunnen afspreken. Als de advocaat ook mediator is, zal hij het liefst met beide partners spreken om te zoeken naar een oplossing. Wordt er geen oplossing gevonden, dan kan een verzoek worden ingediend bij de rechtbank om een voorlopige voorziening uit te spreken.
Er volgt dan een zitting waarin beide partijen (in feite hun advocaten) hun standpunt bepleiten. De rechtbank doet heel kort na de zitting uitspraak.
De uitspraak kan over de volgende kwesties gaan:
- wie in de echtelijke woning mag blijven,
- de afgifte van goederen voor dagelijks gebruik,
- bij wie de kinderen zullen wonen,
- de omgangsregeling met de kinderen, en
- de betaling van alimentatie, zowel voor de kinderen als voor de partner.
De uitspraak heeft bindende kracht, net als een vonnis, en de partijen moeten zich daar dus aan houden.
De beslissing van de rechtbank heet niet voor niets een voorlopige voorziening: de geldigheidsduur van de beslissing is beperkt. In elk geval moet binnen vier weken na het indienen van het verzoek tot voorlopige voorzieningen ook een verzoek tot echtscheiding zijn gedaan. Doet men dat niet, dan verliest de beslissing zijn kracht. Wordt wel binnen 4 weken een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank, dan blijven de opgelegde voorlopige voorzieningen gelden tot de beslissingen in de hoofdprocedure van kracht zijn geworden. Dat betekent dat bijvoorbeeld de “definitieve” alimentatie dan alsnog hoger of lager kan worden. Dat geldt echter niet met terugwerkende kracht.
Voorlopige voorzieningen zijn vaak de voorbode van een lange strijd. Want met wat pech is er dan meteen al een winnaar en een verliezer. En de winnaar wil zijn winst vasthouden en de verliezer wil alsnog zijn gelijk halen, in hoger beroep of in de hoofdprocedure. Als dan later de uitspraak in de hoofdprocedure in het voordeel is van degene die eerder de “verliezer” was, is het voor de ander weer moeilijk daar genoegen mee te nemen. Want de rechter had het eerst juist zo goed gezien. Die ander kan dan in hoger beroep gaan, en zo kan het gevecht zich jaren voortslepen.