Partneralimentatie krijgt de ene (ex-)partner van de andere na echtscheiding en na het einde van een geregistreerd partnerschap. Het moet betaald worden als de ene partner onvoldoende inkomen heeft (en die redelijkerwijs ook niet kan krijgen) en de ander voldoende draagkracht heeft om alimentatie te betalen.
Vóór de scheiding bestaat ook al een verplichting tot het betalen van alimentatie, als de partners niet langer samenwonen en een van de partners anders niet kan voorzien in zijn eigen levensonderhoud. Want de partners zijn dan nog gehuwd, en echtgenoten zijn verplicht uit hun gezamenlijke inkomen elkaar het nodige voor hun levensonderhoud te verschaffen. Zo nodig kan de rechter vaststellen welk bedrag daarvoor betaald moet worden (zie onder Voorlopige voorzieningen).
Er is geen alimentatierecht en –betalingsplicht voor partners die samenwoonden maar niet gehuwd waren en ook geen geregistreerd partnerschap hadden. Behalve als daar een overeenkomst over was gesloten.
Als het huwelijk korter dan 5 jaar heeft geduurd, en uit het huwelijk geen kinderen zijn geboren, is de alimentatieplicht even lang als het huwelijk heeft geduurd. Duurde het huwelijk langer dan 5 jaar, of zijn er kinderen uit het huwelijk geboren, dan eindigt de verplichting om alimentatie te betalen 12 jaar na de inschrijving van de echtscheiding. Dezelfde regels over de duur van de alimentatie gelden voor partners die uit elkaar gaan die niet gehuwd waren maar een geregistreerd partnerschap hadden.
In schrijnende uitzonderingsgevallen kan aan de rechtbank gevraagd worden de termijn te verlengen tot 15 jaar. Dat wordt echter niet gemakkelijk toegekend.
De plicht tot betaling van alimentatie eindigt direct als de ontvangende partner opnieuw trouwt of gaat samenleven met een ander (ook zonder formeel te trouwen).