Samenwonend? Klik hier

Wanneer eindigt fiscale partnerschap?

De aan een ex-partner betaalde alimentatietermijnen kunnen door de betaler worden afgetrokken voor de inkomstenbelasting in box 1 als persoonsgebonden aftrek. Voor de ontvanger van de alimentatie zijn de ontvangen betalingen progressief belast als periodieke uitkeringen in box 1.

De fiscus heeft een geheel eigen visie op de vraag wanneer sprake is van partneralimentatie. Het kernbegrip in deze visie is fiscaal partner. Gehuwde mensen die duurzaam samenwonen, zijn voor de Inkomstenbelasting fiscaal partner. Voor fiscale partners gelden tal van bijzondere bepalingen: zo kunnen bepaalde inkomsten en aftrekposten (als de hypotheekrenteaftrek) vrij worden verdeeld over de beide aangiften.


Vanaf het moment dat gehuwden niet langer duurzaam samenwonen, zijn zij fiscaal niet langer partner en worden zij feitelijk voor 95% van de bepalingen in de inkomstenbelasting behandeld als ongehuwden. Hierdoor zijn mensen in fiscale zin vaak veel eerder gescheiden dan het moment waarop het huwelijk echt formeel is ontbonden.

Van duurzaam gescheiden leven in fiscale zin (en daarmee dus het einde van het fiscale partnerschap) is sprake als aan twee afzonderlijke voorwaarden wordt voldaan. Allereerst dienst sprake te zijn van een feitelijk uit elkaar wonen. De inschrijving bij de gemeente is voor de fiscus een belangrijk aanknopingspunt om vast te stellen waar iemand woont, maar uiteindelijk zijn de feitelijke omstandigheden bepalend. Een tweede vereiste voor beeindiging van het fiscale partnerschap is, dat de verbreking van de samenwoning door tenminste een van beiden als duurzaam wordt ervaren. Dit is veel moeilijker vast te stellen dan de eerste voorwaarde en biedt in de praktijk dan ook vaak ruimte voor discussie. Uiteraard kunnen jullie, binnen de grenzen van het redelijke, samen afspraken maken over het moment waarop sprake is van duurzaam gescheiden leven.

Het is overigens van belang om je goed te laten voorlichten voordat je definitief een keus maakt, omdat de fiscale gevolgen groot kunnen zijn. Indien je bijvoorbeeld voor 1 juli van een jaar duurzaam gescheiden leeft, dan heeft een ouder die de rest van het jaar alleenstaand is en jonge kinderen heeft, recht op aanvullende heffingskortingen die kunnen oplopen tot euro 2.900 netto belastingvoordeel.

Alimentatie

Vanaf het moment dat het fiscale partnerschap is beeindigd, kan alimentatie spelen. Voor de fiscus is het niet relevant of een alimentatie is gebaseerd op een onderlinge afspraak, een uitspraak van een rechter of gewoon feitelijk wordt voldaan: de fiscus kent zijn eigen toets!

Partneralimentatie wordt fiscaal gezien als al hetgeen de een doet om in het levensonderhoud van de ander te voorzien. Het is verstandig om vanaf het moment dat het fiscaal partnerschap eindigt bij te houden hoeveel geld wordt bij- en afgeschreven via de diverse rekeningen. Deze bedragen kunnen (of moeten) namelijk later, bij het invullen van de aangifte, wellicht worden opgevoerd als ontvangen of betaalde partneralimentatie.

Niet alleen de bedragen die worden overgemaakt, maar ook andere betalingen kunnen kwalificeren als partneralimentatie. Je kan hierbij bijvoorbeeld denken aan de betaling van rente op een (hypotheek-)lening, telefoonrekeningen, ziektekostenpremies en andere verzekeringspremies die eigenlijk door de ene ex-partner zouden moeten worden betaald, maar die nu door de andere ex-partner worden betaald.

Voor het gebruik van een woning door de alimentatiegerechtigde bestaat een aparte waarderingsregel: het voordeel van het gebruik van een woning wordt als alimentatie in natura beschouwd en wordt gewaardeerd volgende de regels van het eigenwoningforfait. Dit betekend dat tot 0,55% van de zogenaamde WOZ-waarde bij het inkomen van de alimentatiegerechtigde wordt opgeteld. De alimentatiebetaler heeft een aftrekpost voor hetzelfde bedrag.

Het opvoeren van partneralimentatie leidt vaak tot een fiscaal voordeel. Dat komt doordat degene die de alimentatie betaalt doorgaans een hoger belast inkomen heeft. Wie een hoger belast inkomen heeft betaalt belasting volgens een hoger belastingtarief dan de ander, waardoor hij meer voordeel heeft door de aftrek van alimentatie dan het nadeel voor de ander van de af te dragen belasting. Bijvoorbeeld: iemand met een inkomen van euro 70.000 betaalt euro 12.000 per jaar partneralimentatie aan zijn ex-partner, die een inkomen van euro 32.000 heeft. Hij heeft dan aftrek naar een tarief van 52% en zijn partner betaalt belasting naar een tarief van 42%. Per saldo is er een voordeel van euro 1.200 netto per jaar.

Deze systematiek van heffing en aftrek speelt niet alleen voor gewone alimentatiebetalingen, maar ook voor afkoopsommen. Fiscaal is sprake van een afkoopsom als de partneralimentatie wordt vervangen door iets anders (bijvoorbeeld een bedrag ineens, of de overwaarde van de woning). Ook een afkoopsom leidt tot belastingheffing bij degene die de afkoopsom ontvangt en belastingaftrek bij degene die hem betaalt. Op de regel dat afkoopsommen aftrekbaar zijn voor de belasting is wel een noemenswaardige uitzondering: afkoopsommen die worden voldaan voor de inschrijving van de scheiding komen niet voor aftrek in aanmerking. Dit komt doordat wet, die vrijwel steeds aansluit bij het begrip fiscaal partner (zie elders op deze site), op dit onderdeel aansluit bij het al dan niet in stand zijn van het huwelijk.

Bij een afkoop van partneralimentatie kan leiden tot een fiscaal nadeel omdat de belastingaftrek over de betaling vaak kleiner is dan de belastingheffing over de ontvangst. In de praktijk worden allerlei middelen ingezet om dit effect te voorkomen. Zonder hierover uit te wijden kunnen worden genoemd de alimentatielijfrente en een fiscale faciliteit genaamd middeling.